« Positief schrijven - een duwtje in de rug van je lezer

Gepubliceerd op 10-02-2022

Op de markt betaal je geen € 2,75 voor een bakje aardbeien, maar kríjg je er twee voor vijf. Klein verschil in prijs, groot verschil in gevoel. Hetzelfde geldt voor een ‘blokje’ en een ‘brokje’ kaas. Allebei beschrijven ze een klein stukje, maar allebei geven ze dat kleine stukje een heel àndere betekenis mee. Want zeg nou zelf: bij de gedachte aan ‘brokjes’ ga je toch haast over je nek, niet waar? 

Daarom: onderschat dat gevoel dat je woorden achterlaten niet! Ze kunnen er zomaar voor zorgen dat de hakken van je lezers diep het zand in gaan. Terwijl positieve bewoordingen juist net dat zetje in de rug kunnen geven om tot actie over te gaan. Ik leg je graag uit hoe die vork precies in de steel zit - èn hoe je daar zelf mee aan de slag kunt. 

Lam leggen vs. stimuleren

Onbewust kies je voor de woorden ‘geen probleem’. In plaats van ‘graag gedaan’. Beiden met exact dezelfde intentie: positief bedoeld! En onbewust roep je daarmee een gevoel op bij de ontvanger. Laten we dat béwust proberen te maken. Neem het woord ‘probleem’ en spreek de associaties in jouw hoofd maar eens aan. Redelijk negatief geladen, hè? 

Daarmee zorgt het woord ‘probleem’ voor extra activiteit in de amygdala - een amandelvormige kern in de hersenen die angstgevoelens opwekt. Daardoor worden op hun beurt weer stofjes aangemaakt die stress produceren. De alarmbellen in je brein gaan aan én schakelen de centra in je voorhersenen deels uit. Juist de delen die je nodig hebt om logisch te redeneren. Je raakt (lichtelijk) geïrriteerd en de kans is groot dat je irrationele beslissingen neemt op dit moment: ‘Laat ook maar, ik doe helemaal niets meer!’ Door (onbewust) gebruik van (onnodig) negatieve bewoordingen gaan de hakken dus in het zand. Je lezer heeft in ieder geval helemaal geen zin meer om te doen wat jij voorstelt. 

Het goede nieuws is: Ook positieve woorden bezitten zulke krachten. Met - zoals je zult begrijpen - het tegenovergestelde effect: actie! Of zoals neuropsycholoog Andrew Newberg dat zo mooi zegt: ’Positiviteit masseert als het ware het brein van je lezer’. Richt je dus juist op de frontale hersenkwab van je publiek. Kietel die met positieve woorden. Het is namelijk dìt gebied dat ervoor zorgt dat iemand gestimuleerd raakt om juist wel actie te ondernemen. En dat is wat je wilt met je webteksten, mailings of vacatures, toch? 

Haal daarom je voordeel uit de volgende aandachtspunten:

1. Denk niet aan een roze olifant

Woorden als niets, niemand, nooit, geen, niet, nergens… Je gebruikt ze om het bijbehorende woord negatief te maken. Maar nogmaals: associaties. Met woorden roep je een beeld op. En in het geval van een ontkenning probeer je dat beeld met slechts één woord weer teniet te doen. Rationeel allemaal heel goed voorstelbaar, maar praktisch gezien - ín het hoofd van je publiek - werkt het vaak net even anders.

Neem het welbekende voorbeeld: ‘Denk niet aan een roze olifant…’ Ga maar eens na hoe dat er in jouw hoofd uit ziet. Jawel. Roze olifanten. Overal. Je ziet het woordje ‘niet’ wel en je begrijpt het ook, maar het doet schijnbaar niets af aan het beeld in je hoofd. 

2. Vertel niet wanneer gesloten, vertel wanneer (weer) open

Onlangs las ik ergens: ‘Niet ingeschreven voor 31 januari 2022? Het is dan helaas niet meer mogelijk deel te nemen.’ Ontkennend. Waardoor het beeld in ons hoofd niet overeen komt met de betekenis. We hebben de boodschap wel degelijk begrepen, maar voelen tegelijkertijd niet echt de noodzaak daar iets mee te doen. Bovendien: door ons brein negatief te prikkelen met woorden als ‘niet’ en ‘helaas’ gingen (onbewust) de hakken toch al in het zand. Iemand die op de valreep nog wel een aantal inschrijvingen wil binnenhalen, draait het dus liever om: ‘Schrijf je voor 31 januari 2022 in en zorg dat je er bij kunt zijn!’ Positief! Gericht op actie!

Denk daar ook eens aan als je je klanten wilt laten weten dat je op vakantie gaat en dus gesloten zult zijn. ‘Wegens vakantie gesloten tot 2 september’ klinkt immers een stuk minder vriendelijk dan: ‘Wij zijn even op vakantie. Vanaf 2 september staan we weer fris en fruitig voor u klaar.’ Vind je ook niet?

3. Positief - negatief - positief

Soms kom je er niet onderuit: de boodschap ìs negatief. Wees in dat geval duidelijk. Onzekerheid of verwarring zijn immers ook negatieve associaties! Daarbij mag je het ook best als kans zien: een enkel rooskleurig beeld is in veel gevallen weinig geloofwaardig. Toon daarom gerust beide kanten van de medaille. 

Ook kun je nadenken over hóé je die negatieve boodschap gaat brengen - bij voorkeur tussen twee positieve boodschappen in! Het maakt dat je lezer toch begint en eindigt met een goed gevoel. Heb je oplossingen of alternatieven die in verband staan met de negatieve boodschap? Helemaal mooi! Bewaar deze dan om mee af te sluiten. Dat kan er bijvoorbeeld zó uit zien: ‘U kunt ons gemakkelijk bereiken met zowel de auto als het openbaar vervoer. Helaas kunt u geen gebruik maken van de parkeerplaatsen direct voor de deur, maar op slechts vijf minuten loopafstand bevindt zich een ruime parkeergarage.’

4. Humor helpt

Ken je tot slot de uitspraak ‘Wie lacht is weerloos…’? Klinkt als een klok! Want of er nou een schaterlach of een glimlach wordt uitgelokt, het maakt dat we niet meer zo goed beseffen dat we worden beïnvloedt. Humor werkt zodoende - net als positiviteit - op een onbewust niveau. Voor het publiek. De schrijver kan deze instrumenten echter heel bewust inzetten om zijn tekst direct van een vriendelijk imago te voorzien. Om wel serieus genomen te worden, kun je de moppentrommel echter beter achterwege laten. Bedenk je immers goed: om iemand aan het lachen te maken, hoef je soms helemaal geen grap te maken…

plus-01644502009.jpg